aandacht
attention| attention zelfstandig naamwoord oplettendheid, concentratie Als ik lang moet stilzitten, verzwakt mijn aandacht.aangrijpend [ bijvoeglijk-naamwoord ]
saisissant – touching
benieuwd – benieuwde
bijvoeglijk naamwoordIk vind het verhaal van Anne Frank een zeer aangrijpend verhaal
aankaarten [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]
invoquer – bring up
aankaarten – kaartte aan – aangekaart
scheidbaar werkwoordIk heb de problemen op school aangekaart bij de directeur.
aanmoedigen [ werkwoord ]
aanschuiven [ werkwoord ]
se joindre | to join
langzaam vooruitgaan in een rij of een file
Tijdens het eten moesten we even aanschuiven om aan tafel te kunnen zitten.
afkortingen [ zelfstandig-naamwoord ]
abbréviation | abbreviation
Een woord dat met enkele letters wordt aangeduid en niet volledig geschreven wordt.
De afkorting a.u.b. staat voor alstublieft en bijv. voor bijvoorbeeld.
afroepen
proclamer | declare
Iets hardop uitspreken, bekend maken.
De jury riep de deelnemers van de wedstrijd op alfabetische volgorde af.
afronden [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]
terminer – finish
afronden – rondde af – afgerond
werkwoordAlina heeft haar studies biologie net afgerond.
afstand [ zelfstandig-naamwoord ]
distance – distance
de afstand – de afstanden
zelfstandig naamwoordIn het verkeer hou je best voldoende afstand van elkaar.
akkoord
accord | agreement
Een overeenkomst wanneer personen het eens zijn met elkaar
De drie partijen sluiten een akkoord om het gebouw te renoveren.
allebei [ bijwoord ]
Allerheiligen [ zelfstandig-naamwoord ]
allerlei [ onbepaald-voornaamwoord, voornaamwoorden ]
Allerzielen [ zelfstandig-naamwoord ]
anderzijds [ bijwoord ]
d’autre part – on the other hand
Enerzijds vind ik het boek wel interessant, anderzijds vind ik het moeilijk om te lezen.
auteur
auteur | author
De schepper van een creatief werk
De auteur schreef het boek in 6 maanden.
basisschool [ zelfstandig-naamwoord ]
école primaire – primary school
de basisschool – de basisscholen (= lagere school)
zelfstandig naamwoordIk heb drie kleinkinderen en ze gaan allemaal naar de basisschool.
beeldhouwwerk [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
sculpture – sculpture
het beeldhouwwerk
zelfstandig naamwoordIn het museum kan je prachtige beeldhouwwerken uit de Griekse tijd bewonderen.
begraafplaats
cimetière | cemetery
plaats waar de doden begraven liggen
Op de begraafplaats bezoekt hij zijn overleden moeder.
beheren [ werkwoord ]
gérer | manage
de zorg en verantwoordelijkheid hebben voor iets, onderhouden (vaak administratie)
Ik beheer een website dus ik zorg altijd dat alles op de website in orde is.
behouden [ werkwoord ]
préserver – maintain
behouden – behield – behouden
werkwoordLaat ons de kleuren van de muren hier behouden.
beide
bekendmaken
annoncer | announce
bekendmaken – maakte bekend – bekendgemaakt
De jury maakte ’s avonds de winnaar bekend.
De dader van de overval heeft zichzelf bekendgemaakt.
beleven [ werkwoord ]
resentir – experience
beleven – beleefde- beleefd
werkwoordWe beleven altijd veel plezier met de kinderen.
belevingscentrum [ zelfstandig-naamwoord ]
centre d’expérience | experience centre
Een plaats waar je op interactieve manier dingen kan bijleren.
In het belevingscentrum kan je op interactieve manier dingen bijleren.
beloven [ werkwoord ]
promettre – promise
beloven – beloofde – beloofd
werkwoordIk beloof je dat ik er goed op tijd zal zijn.
benieuwd [ bijvoeglijk-naamwoord ]
curieux – curious
benieuwd – benieuwde
bijvoeglijk naamwoordMaria is benieuwd naar de reacties op haar voorstel.
benutten [ werkwoord ]
profiter de – take advantage of
benutten – benutte – benut
werkwoordWe moeten onze tijd goed benutten.
beperking [ zelfstandig-naamwoord ]
limitation – handicap
de beperking – de beperkingen
zelfstandig naamwoordSammy zit in een rolstoel, maar heeft goed leren leven met zijn beperking.
bereik
range – portée
het bereik
zelfstandig naamwoordDit magazine heeft een groot bereik, het heeft meer dan 30.000 lezers.
berucht [ bijvoeglijk-naamwoord ]
mal famé – notorious
berucht – beruchte
bijvoeglijk naamwoordDe president is berucht om zijn straffe uitspraken over vrouwen.
bestand [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
fichier – file
het bestand – de bestanden
zelfstandig naamwoordKan je me de bestanden van de foto’s doorsturen in jpeg-formaat?
besteding [ zelfstandig-naamwoord ]
spending – dépense
de besteding – de bestedingen
zelfstandig naamwoordDit weekend was een goede besteding van mijn tijd.
bestrijden [ onregelmatig-werkwoord, werkwoord ]
combattre – combat
bestrijden – bestreed – bestreden
werkwoordWe moeten het ongedierte in onze tent meteen bestrijden met zware middelen.
bewonderen [ werkwoord ]
admirer – admire
bewonderen – bewonderde – bewonderd
werkwoordIk bewonder je om je inzet voor het goede doel.
bezet [ bijvoeglijk-naamwoord ]
occupé – occupied
bezet – bezettte
bijvoeglijk naamwoordEen deel van Palestina is bezet door Israël.
bijzonder [ bijvoeglijk-naamwoord ]
spécial – special
bijzonder – bijzondere
bijvoeglijk naamwoordDe jongen heeft bijzonder veel talent om te sporten.
binnenkort [ bijwoord ]
blijkbaar [ bijwoord ]
blijken [ onregelmatig-werkwoord, werkwoord ]
apparaître – show
blijken – bleek – gebleken
werkwoordUit ons onderzoek blijkt dat iedereen heel tevreden is.
blind [ bijvoeglijk-naamwoord ]
bloei [ zelfstandig-naamwoord ]
floraison – blossoming
de bloei
zelfstandig naamwoordDe bloei van de Japanse kerselaar is echt prachtig.
boodschap [ zelfstandig-naamwoord ]
message – message
de boodschap – de boodschappen
zelfstandig naamwoordOpletten is de boodschap in het verkeer.
boterham verdienen [ uitdrukkingen ]
gagner sa vie – earn his living
→ zijn boterham met iets verdienen.
Hij verdiende goed zijn boterham/strong> met zijn frituur.
bovendien [ bijwoord ]
brouwproces [ zelfstandig-naamwoord ]
processus de brassage | brewing process
bier brouwen, bereiden van bier door koken en vergisten van water, hop en mout en gist.
Het brouwproces om bier te maken duurt niet lang.
burgemeester [ zelfstandig-naamwoord ]
bourgmestre – mayor
de burgemeester – de burgemeesters
zelfstandig naamwoordDe burgemeester gaf een toespraak bij de opening van het nieuwe speelplein.
buur [ zelfstandig-naamwoord ]
voisin | neighbor
persoon die naast je woont
De kat van de buren loopt soms onder de poort door, onze tuin in.
dampend [ bijvoeglijk-naamwoord ]
dankzij
grâce à – thanks to
omwille van, met de hulp van (positief)
voegwoordDankzij de hulp, heb ik het goed gedaan.
deurwaarder [ zelfstandig-naamwoord ]
huissier | debt collector
ambtenaar bij de gerechten, belast met het doen van gerechtelijke aanzeggingen enz.
De deurwaarder kwam langs en heeft hun electronica in beslag genomen.
diameter [ zelfstandig-naamwoord ]
diamètre – center line
de diameter
zelfstandig naamwoordDe diameter van de cirkel bedraag 100 centimeter.
directeur
directeur | director
Iemand die de leiding heeft.
De directeur van het bouwbedrijf besliste om tien mensen te ontslaan.
doctoraatsstudent
doctorant | PhD student
Iemand die aan een universiteit onderzoek uitvoert om de academische titel van doctor te behalen. Je kunt de titel pas halen als je een masterdiploma hebt en een proefschrift of boek uitbrengt over je onderzoek.
Als doctoraatsstudente aan de universiteit van Leuven heeft zij een nieuw medicijn ontwikkeld.
donker [ zelfstandig-naamwoord ]
the dark| le noir
zonder licht, duisternis
’s Nachts is het donker en kun je de sterren goed zien.
drempel [ zelfstandig-naamwoord ]
seuil – hindering
de drempel – de drempels
zelfstandig naamwoordMeisjes moeten over een aantal drempels om naar een voetbalclub te gaan.
dringend
drukte [ zelfstandig-naamwoord ]
editie
édition | edition
Een keer dat een evenement plaatsvindt, een druk van een boek/tijdschrift/krant.
Het is de vijfde editie van de wedstrijd, we hebben hem al vijf jaar op rij georganiseerd.
een rol spelen [ uitdrukkingen ]
eerbetoon [ zelfstandig-naamwoord ]
hommage – tribute
het eerbetoon – de eerbetonen
De stoet is een eerbetoon aan de Heilige Maria.
eigen [ voornaamwoorden ]
propre | own
iets persoonlijk of privé, eigendom van een persoon.
Staat vaak in combinatie met een bezittelijk voornaamwoord (mijn, jouw, zijn, haar, ons, … )
Hij heeft zijn eigen cadeau gekocht.
eigenaar [ zelfstandig-naamwoord ]
propriétaire – owner
de eigenaar – de eigenaars
De eigenaars van het restaurant zijn heel vriendelijke mensen.
eiland [ zelfstandig-naamwoord ]
elkaar [ voornaamwoorden ]
engagement
l’engagement | engagement
sociale of morele betrokkenheid bij anderen
Ze toonden veel engagement tijdens het vrijwilligerswerk.
erfgoed [ zelfstandig-naamwoord ]
patrimoine – heritage
het erfgoed
zelfstandig naamwoordOns land beschikt over veel waardevol erfgoed.
ergeren [ werkwoord ]
s’irriter – be bothered
zich ergeren – ergerde zich – zich geërgerd
werkwoordRachid ergerde zich aan het lawaai van de kinderen.
erkenning [ zelfstandig-naamwoord ]
reconnaissance – recognition
de erkenning
zelfstandig naamwoordIk krijg veel erkenning voor mijn werk van mijn baas.
faillissement
faillite | bankruptcy
Wanneer een onderneming zijn schulden niet meer kan betalen. Het gerecht neemt de onderneming over.
Dat bedrijf heeft het faillissement aangevraagd en bestaat nu niet meer.
gedichtenbundel [ zelfstandig-naamwoord ]
recueil de poèmes – volume of poems
de gedichtbundel – de gedichtenbundel
zelfstandig naamwoordHij schreef een prachtige gedichtenbundel.
geduld [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
patience – patience
het geduld
zelfstandig naamwoordIk help je meteen, maar je moet nog even geduld tonen.
geduldig|geduldige
geluid [ zelfstandig-naamwoord ]
bruit – sound
het geluid – de geluiden
zelfstandig naamwoordDe auto maakt een raar geluid, is hij stuk?
gemeenschap [ zelfstandig-naamwoord ]
communauté – community
de gemeenschap – de gemeenschappen
zelfstandig naamwoordIn ons land hebben we de Franstalige, de Duitstalige en de Nederlandstalige gemeenschap.
gemeente [ zelfstandig-naamwoord ]
commune| municipality
een dorp of stad bestuurd op lokaal niveau
Ik woon in een kleine gemeente met niet zoveel inwoners.
genieten [ werkwoord ]
genomineerd [ bijvoeglijk-naamwoord ]
gevreesd [ bijvoeglijk-naamwoord ]
redouté – dreaded
gevreesd – gevreesde
bijvoeglijk naamwoordDe gevreesde storm viel uiteindelijk wel mee.
gezellig [ bijvoeglijk-naamwoord ]
gidsen [ werkwoord ]
conduire – conduct
gidsen|gidste|gegidst
werkwoordMario gidste ons langs de mooiste plekken en gebouwen in de stad.
goed doel
charité | charity
Een fonds of zaak van algemeen belang waar men geld of goederen aan kan geven uit liefdadigheid.
Ik geef elke maand tien euro aan twee goede doelen.
gokken [ werkwoord ]
parier – gamble
gokken – gokte – gegokt
werkwoordRachid gokte op paardenwedstrijden en verloor veel geld.
graf
tombeau | grave
De laatste rustplaats voor een overleden persoon
Het graf van de geliefde zanger wordt vaak bezocht door fans.
griezelig [ bijvoeglijk-naamwoord ]
grondstof [ zelfstandig-naamwoord ]
ressource | raw material
stoffen die in een productieproces gebruikt worden
Natuurlijke grondstoffen zijn bijvoorbeeld vruchtbare aarde, olie, mineralen en hout.
gruwelijk [ bijvoeglijk-naamwoord ]
halveren
réduire de moitié – decrease by half
halveren – halveerde – gehalveerD
werkwoordDoor de nieuwe maatregelen is het aantal besmettingen in ons land gehalveerd.
hartstilstand [ zelfstandig-naamwoord ]
arrêt cardiaque | cardiac arrest
conditie waarbij het hart stopt met kloppen
Mijn opa schrok zo hard dat hij een hartstilstand kreeg.
haten [ werkwoord ]
heleboel
helft
moitié | half
50% van het totaal
De helft van alle scholieren komt in het hoger onderwijs terecht.
hendel [ zelfstandig-naamwoord ]
manette – handle
de hendel – de hendels
Met deze hendel kan je de machine besturen.
herdenken [ onregelmatig-werkwoord, werkwoord ]
commémorer – commemorate
herdenken – herdacht – herdacht
werkwoordWe herdenken op 11 november de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog.
herfst [ zelfstandig-naamwoord ]
automne | autumn/fall
derde jaargetijde, najaar.
Van september tot december is het herfst.
hersenen [ zelfstandig-naamwoord ]
cerveau | brain
deel van het centrale zenuwstelsel wat zich in het hoofd bevindt zie ook Wikipedia
De hersenen sturen het menselijk lichaam aan.
hoewel
although – although
de boodschap – de boodschappen
voegwoordHoewel ik slecht geslapen heb, voel ik me prima.
hoofdaandeelhouder
principaux actionnaires – main shareholders
de hoofdaandeelhouder – de hoofdaandeelhouders
zelfstandig naamwoordDe hoofdaandeelhouder van het bedrijf eiste meer rendement.
huid [ zelfstandig-naamwoord ]
huisdier
animal familier – pet
het huisdier – de huisdieren
Ik heb twee huisdieren: een hond en een kanarie.iets beu zijn [ uitdrukkingen ]
in beslag nemen [ werkwoord ]
confisquer | confiscate
confisceren, bezit afpakken
Na de arrestatie is zijn telefoon in beslag genomen.
in de lift zitten [ uitdrukkingen ]
indirect object [ grammaticale-term ]
= object indirect – indirect object
het indirect object beschrijft:
- met wie, met wat?
- voor wie, voor wat?
Voorbeeld: Ik wandel met mijn vrienden door het bos.
indrukwekkend [ bijvoeglijk-naamwoord ]
impressionnant – impressive
indrukwekkend – indrukwekkende
bijvoeglijk naamwoordHet atomium is een indrukwekkende constructie.
inheems [ bijvoeglijk-naamwoord ]
indigène – native
inheems – inheemse
bijvoeglijk naamwoordOp onze reis hebben we inheemse stammen bezocht.
inslapen
investeren [ werkwoord ]
investir | invest
tijd of geld inzetten om een bepaald doel te bereiken
Het is slim om te investeren en niet alleen te sparen.
invoeren [ werkwoord ]
introduire | introduce
installeren, iets in werking laten gaan
De nieuwe regel werd ingevoerd vanaf september.
invullen [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]
inzamelen [ werkwoord ]
collecter, récolter | collect, gather
verzamelen, ophalen, bij elkaar brengen (vaak fysieke spullen of geld)
Ze zamelen geld in voor een goed doel.
jeugdbeweging [ zelfstandig-naamwoord ]
mouvement de jeunesse | youth movement
Een organisatie die activiteiten organiseert in het weekend voor kinderen en jongeren van 6 tot 18 jaar.
Elke zondag ga ik met mijn vrienden naar de jeugdbeweging.
jeugdwerk
le travail des jeunes | youthwork
de verzamelnaam voor jeugdbewegingen en speelpleinwerkingen waaraan de jeugd deelneemt in de vrije tijdElke zaterdagmiddag
Iedere zaterdag helpt hij met veel plezier bij het jeugdwerk in zijn wijk.
kampioenschap
championnat | championship
Wedstrijd waarbij de winnaar kampioen wordt.
Wist je dat WK en EK voor Wereldkampioenschap en Europees Kampioenschap staat?
kassierster [ zelfstandig-naamwoord ]
caissière | cashier
vrouw die de kassa van een zaak bedient
Nadat u uw bestelling heeft geplaatst en betaald, kan de kassierster meteen de volgende klant bedienen.
kathedraal
cathédrale | cathedral
Een kerkgebouw en zetel van een bisschop.
Elke zondagochtend gaat de priester een mis voor in de kathedraal.
kindergraf
tombe d’enfant | child’s grave
het graf van een kind, laatste rustplaats van een kind
De moeder gaat bloemen leggen bij het kindergraf.
klaproos [ zelfstandig-naamwoord ]
coquelicot – poppy
de klaproos – de klaprozen
De klaproos is een prachtige bloem die in de wilde natuur groeit.
klinkend [ bijvoeglijk-naamwoord ]
résonnant – prominent
klinkend – klinkende
bijvoeglijk naamwoordOns team heeft enkele klinkende namen in de rangen.
klok
horloge | clock
Een instrument om de tijd te meten.
Hij keek op de klok hoe laat het was.
knol [ zelfstandig-naamwoord ]
knuffelen [ werkwoord ]
caresser – hug, caress
knuffelen – knuffelde – geknuffeld
werkwoordJe moet de baby goed knuffelen, dan stopt hij met wenen.
koningin
reine | queen
De vrouwelijke monarch van een land of echtgenote van een koning
De koning had veel verdriet om de dood van de koningin.
koppig [ bijvoeglijk-naamwoord ]
têtu – obstinate
koppig – koppige
bijvoeglijk naamwoordMijn man is nogal koppig en luistert nooit naar mij.
krachtig
puissant/fort | powerful
met grote kracht; sterk.
De wind was zo krachtig dat de bomen omver waaiden.
krijt [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
craie – chalk
het krijt
zelfstandig naamwoordDe leraar tekent met krijt op het bord.
kroon [ zelfstandig-naamwoord ]
couronne – crown
de kroon – de kronen
zelfstandig naamwoordRachid kreeg een prachtige kroon op zijn hoofd voor zijn verjaardag.
kuiken
poussin | chick
Een jonge vogel, nog niet volwassen
Het kuiken leerde vliegen.
kunstenaar [ zelfstandig-naamwoord ]
artiste – artist
de kunstenaar – de kunstenaars
zelfstandig naamwoordDe kunstenaar gaf een boeiende uitleg bij zijn schilderij.
kunstmatig
artificiel|artifical
artificieel; niet natuurlijk; door de mens gemaakt
Dat is een kunstmatig eiland aangelegd met tonnen zand.
kuuroord [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
station de santé – sanatorium
het kuuroord
zelfstandig naamwoordIk ben ziek geweest en ga nu een maand naar een kuuroord om te herstellen.
kweken [ werkwoord ]
lagedrukgebied [ zelfstandig-naamwoord ]
zone dépressionaire | low pressure area
gebied met lage luchtdruk, waarin het wisselvallig of slecht weer is.
Veel lagedrukgebieden worden een storm.
landloper [ zelfstandig-naamwoord ]
clochard – vagabond
de landloper – de landlopers
zelfstandig naamwoordIn deze stad zie je heel wat landlopers.
langsgaan [ werkwoord ]
rendre visite à – stop by
langsgaan – ging * langs – langsgegaan
ik ga langs – jij gaat langs – wij gaan langs
Ik ga straks langs bij mijn vriendin.
langskomen
rendre visite – drop by
(langskomen – kwam langs – langsgekomen)
werkwoordMijn opa komt elke dag even langs met de hond.”
leerkracht [ zelfstandig-naamwoord ]
enseignant | teacher
de leerkracht – de leerkrachten
zelfstandig naamwoord–> persoon die anderen lesgeeft
In de klas stelde de leerkracht een vraag aan de leerling.
leerling [ zelfstandig-naamwoord ]
élève – student
de leerling – de leerlingen
zelfstandig naamwoordDe leerlingen van deze klas hebben elke dag veel plezier in school.
leren
apprendre | learn
leren – leerde – geleerd
Morgen leer ik mijn eerste woordjes Frans.
Ze leerden de hond om te gaan zitten.
levertransplantatie [ zelfstandig-naamwoord ]
transplantation du foie | liver transplant
vervanging van zieke lever door gezonde lever
Omdat ik doodziek was, moest ik een levertransplantatie ondergaan.
Lichtvervuiling [ zelfstandig-naamwoord ]
pollution lumineuse| light pollution
Overlast door te veel licht
In grote steden is er veel lichtvervuiling.
lid
membre | member
iemand die behoort tot een groep of organisatie
Ze is een actief lid van de sportvereniging.
lijken [ werkwoord ]
sembler – seem
lijken – leek – geleken
werkwoordAhmad leek zich goed te amuseren tijdens de wedstrijd.
loeien [ onregelmatig-werkwoord, werkwoord ]
logisch
logique | logical
Duidelijk, aannemelijk, evident.
De huidige wereldkampioen zwemmen was de logische winnaar van de zwemwedstrijd.
lus
circuit | loop
Een rondje of cirkelvorming parcours, het start- en eindpunt is hetzelfde.
We maken een lus dus we komen straks weer bij de start aan!
medicijn
médecine | medicine
Een middel dat je gebruikt om weer gezond te worden.
Ze neemt veel medicijnen om haar ziekte te bestrijden.
meerderheid
majorité| majority
het grootste deel, de meeste mensen
De meerderheid kiest choco en maar twee kinderen kiezen speculaas.
meteen [ bijwoord ]
minstens
misdaadboek [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
roman policier – thriller
het misdaadboek – de misdaadboeken (thriller)
zelfstandig naamwoordIk lees elke week een misdaadboek.
misgaan [ werkwoord ]
mal tourner – go wrong
misgaan – ging * mis – misgegaan
Als er niets misgaat, zal je snel Nederlands leren.
Ik reed te snel in de bocht en toen ging het mis.
modeontwerpster [ uitdrukkingen ]
mol
taupe | mole
Een bijna blind zoogdier dat tunnels graaft onder de grond. Figuurlijk: de bedrieger
In de tuin ligt een hoop zand omdat een mol daar gegraven heeft.
mondkap [ zelfstandig-naamwoord ]
masque bouche nez – mouth cap –
de mondkap – de mondkappen
zelfstandig naamwoordHier moet je een mondkapje dragen in het hele gebouw.
nadeel
désavantage | disadvantage
Een ongunstig gevolg van een situatie
Hooikoorts is een nadeel van het mooie weer in de lente.
nest
nid | nest
De woonplaats van een dier
Het nest van de vogel zat hoog in de boom.
net als [ uitdrukkingen ]
netjes [ bijvoeglijk-naamwoord ]
nieuwe wending [ zelfstandig-naamwoord ]
nouveau tournant – new twist
→ nieuwe wending
Het verhaal kreeg een verrassende nieuwe wending.
nieuwsanker [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
présentateur de nouvelles | news anchor
vaste presentator of presentatrice van een nieuwsrubriek of journaal
Hij is nieuwsanker voor het Journaal van 7 uur
niezen
éternuer | sneeze
nies – niesde – geniesd
Met kracht lucht door je neus naar buiten sturen
Van al het stof in de lucht moesten wij hevig niezen.
nochtans [ bijwoord ]
pourtant -although
nochtans
bijwoordIedereen kwam te laat. Nochtans had ik benadrukt dat we op tijd moesten vertrekken.
nuttig [ bijvoeglijk-naamwoord ]
oesterzwam [ zelfstandig-naamwoord ]
pleurote en huître – oyster mushroom
de oesterzwam – de oesterzwammen
Met oesterzwammen kan je heerlijke salades maken.
olifant [ zelfstandig-naamwoord ]
éléphant | elephant
groot zoogdier met slagtanden en een slurf
Olifanten hebben een lange slurf.
omheining
clôture | fence, enclosure
een afscheiding rond een terrein
De omheining zorgt ervoor dat onze hond niet wegloopt.
ondanks [ voorzetsel ]
malgré – despite
ondanks
voorzetselHij blijft me vertrouwen, ondanks alle fouten die ik heb gemaakt.
onder andere [ uitdrukkingen ]
entre autres – among others
→ onder andere
Ik ben naar de winkel geweest en heb er onder andere kaas gekocht.
onderweg [ bijwoord ]
en route – on the way
We deden een mooie fietstocht, met onderweg een heerlijke pauze in de velden.
onderzoeken [ werkwoord ]
ongeluk
malchance ou accident | bad luck or accident
Fenomeen van weinig geluk hebben (ongeluk hebben)
onverwachte en onaangename gebeurtenis (een ongeluk hebben)
Hij heeft ongeluk vandaag. Zo had hij een ongeluk in het verkeer.
ongetwijfeld [ bijwoord ]
onlangs [ bijwoord ]
onschuldig [ bijvoeglijk-naamwoord ]
innocent– innocent
onschuldig – onschuldige
bijvoeglijk naamwoordIedereen is onschuldig, tot zijn schuld bewezen is.
ontbossing [ zelfstandig-naamwoord ]
déforestation | deforestation
het kappen van bomen, vaak op grote schaal
Ontbossing is heel slecht voor de planeet.
ontdekken [ werkwoord ]
découvrir– discover
ontdekken – ontdekte – ontdekt
werkwoordMira ontdekte een heerlijk plekje in de zon.
ontmaskeren [ werkwoord ]
démasquer | unmask
ontmasker – ontmaskerde – ontmaskerd
laten zien wie iemand echt is, de warde aard laten zien
De bedrieger werd ontmaskerd en de zaak was gered!
ontspannend [ bijvoeglijk-naamwoord ]
qui détend – relaxing
ontspannend – ontspannende
bijvoeglijk naamwoordEen boek lezen vind ik heerlijk ontspannend.
ontstaan
se former – originate
ontstaan – ontstond – ontstond
werkwoordDe wereld is miljarden jaren geleden ontstaan.
oorsprong [ zelfstandig-naamwoord ]
origine – origin
de oorsrpong – de oorsprongen
zelfstandig naamwoordWaar is de oorsprong van deze rivier?
oorspronkelijk [ bijvoeglijk-naamwoord ]
à l’origine – originally
oorspronkelijk
bijvoeglijk naamwoordHij komt oorspronkelijk uit Afrika, maar woont al 20 jaar in België.
op eigen houtje [ uitdrukkingen ]
opgroeien [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]
grandir – grow up
opgroeien – groeide op – opgegroeid
werkwoordIk ben in het centrum van Brussel opgegroeid.
ophangen [ werkwoord ]
accrocher – put up
ophangen – hing op – opgehangen
Ik hang mijn jas op aan de kapstok.
opleveren
aboutir à – produce
opleveren – leverde op – opgeleverd
werkwoordMijn inspanningen leveren eindelijk resultaat op.
optreden
donner un concert/jouer | perform
Een uitvoering geven op een podium.
De dansclub heeft opgetreden op het dorpsfeest.
overheid
gouvernement| government
het hoogste gezag op een grondgebied
De overheid bepaalt de wetten van het land.
overschrijven
verser – deposit
overschrijven – schreef over – overgeschreven
≈ storten, transfereren
werkwoordIk zal het bedrag morgen overschrijven op je rekening.
overuren kloppen [ uitdrukkingen ]
ovt [ grammaticale-term ]
=onvoltooid verleden tijd of het imperfectum.
peiling [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
sondage – poll
het voetspoor- de voetsporen.
zelfstandig naamwoordVia een peiling wil de organisatie de tevredenheid van de klanten meten.
pensioen
retraite| retirement
Wanneer men stopt met werken, meestal wegens ouderdom
Onze leerkracht moest op pensioen gaan toen hij 67 werd.
pittig [ bijvoeglijk-naamwoord ]
letterlijk:
épicé – spicy
figuurlijk:
difficile – tough
pittig- pittige
bijvoeglijk naamwoordHet is een pittige fietstocht, van meer dan 10 kilometer lang.
plechtigheid [ zelfstandig-naamwoord ]
cérémonie – ceremony
de plechtigheid – de plechtigheden
Het was een mooie en serene plechtigheid.
poging [ zelfstandig-naamwoord ]
essai – attempt
de poging – de pogingen
zelfstandig naamwoordNa enkele pogingen was hij geslaagd voor zijn rij-examen.
poging
tentative | attempt
iets proberen
Hij deed een poging om de race te winnen, maar hij was niet snel genoeg.
politicus
politicien | politician
Een persoon die een functie in de politiek beoefent
De politicus gaf een toespraak in het Parlement.
pompoen [ zelfstandig-naamwoord ]
citrouille | pumpkin
oranje herfstgroente
Met pompoen kan je lekkere soep maken.
praktisch
pratique | practical
bruikbaar, doelmatig
Het gebruik van mes en vork is tijdens de maaltijd erg praktisch.
presenteren
présenter | present
presenteer – presenteerde – gepresenteerd
Voorstellen, uitgebreid laten zien
Het bedrijf presenteerdehun nieuwe baas.
Ik moest in de klas mijn spreekbeurt presenteren.
prinses
princesse | princess
De dochter van een vorst
Het Belgisch koningshuis heeft nu twee prinsessen.
producent
producteur | producer
Een maker van producten, bijvoorbeeld een bedrijf.
Wegens een groot tekort aan cacao konden veel producenten van chocolade niets maken.
profiteren
profiter | benefit
profiteer – profiteerde – geprofiteerd
Ergens voordeel uit halen, nuttig gebruik maken van iets
De wandelaars profiteerden van het goede weer tijdens de lange tocht.
recordpoging [ zelfstandig-naamwoord ]
tentative de record | record attempt
Een poging om de beste prestatie te verbreken.
Zijn recordpoging is helaas mislukt, hij haalde niet genoeg punten.
regen
pluie | rain
Neerslag in de vorm van waterdruppels die uit de wolken komen vallen.
De aanhoudende regen zorgde voor een zeer nat voetbalveld.
regenwoud [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
forêt tropical – rain forest
het regenwoud – de regenwouden (thriller)
zelfstandig naamwoordHet regenwoud is belangrijk voor het klimaat.
regisseur [ zelfstandig-naamwoord ]
réalisateur | director
iemand die verantwoordelijk is voor de totale uitvoering van een film
De regisseur wordt ook wel de maker van een film genoemd.
renovatie [ zelfstandig-naamwoord ]
rénovation | renovation
Herstellen en zo nodig gedeeltelijk vernieuwen van een gebouw, vooral een woonhuis, waardoor het weer bruikbaar is naar de dan geldende maatstaven
Door de renovatie is het gebouw weer veilig voor bezoekers.
repareren
réparer | repair
repareer – repareerde – gerepareerd
Iets herstellen, weer in orde maken.
Papa brengt de auto naar de garage, daar wordt die gerepareerd.
rimpel [ zelfstandig-naamwoord ]
pli – wrinkle
de rimpel – de rimpels
zelfstandig naamwoordHij is bijna 70 en heeft geen enkele rimpel in zijn gezicht.
rimpel [ zelfstandig-naamwoord ]
pli – wrinkle
de rimpel – de rimpels
zelfstandig naamwoordHij is bijna 70 en heeft geen enkele rimpel in zijn gezicht.
ruil [ zelfstandig-naamwoord ]
échange – exchange
de ruil
zelfstandig naamwoordUitdrukking: “in ruil voor”, “in ruil”= en échange de – in change for
Wat krijg ik in ruil voor een appel en twee eieren?
saboteren [ werkwoord ]
saboter | sabotage
iets laten mislukken met kwaad opzet
Zij werken niet mee en saboteren het overleg.
scheidbaar werkwoord [ grammaticale-term ]
= separabel verbum
Werkwoord dat uit twee delen bestaat.
Voorbeelden:
- opbellen
- afwassen
- aankomen
schepen [ zelfstandig-naamwoord ]
échevin – council member
de schepen- de schepenen
zelfstandig naamwoordDe schepen van sport gaf een toespraak bij de opening van het nieuwe tennisplein.
schommelen
fluctuer, se balancer | swing
Heen en weer of op en neer gaan.
De boot schommelde op de woeste zee.
schoonouder [ zelfstandig-naamwoord ]
beau-parent – parent-in-law
de schoonouder – de schoonouders
Mijn schoonouders komen vanavond op bezoek.
schrappen [ werkwoord ]
barrer- strike
schrappen – schrapte – geschrapt
werkwoordIk heb enkele zinnen in je tekst geschrapt.
schuld [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
sfeer
ambiance | ambience
stemming in een groep personen, of de indruk die een bepaalde plaats wekt
Op het feest is er een goede sfeer.
sinds
skelet [ zelfstandig-naamwoord ]
skeleton – squelette
zelfstandig naamwoordEr liggen griezelige skeletten in de grafkelder.
slagen [ werkwoord ]
réussir – succeed
slagen – slaagde – geslaagd
werkwoordIk ben er eindelijk in geslaagd mijn rijbewijs te halen.
sneeuw [ zelfstandig-naamwoord ]
neige| snow
soort neerslag van ijskristallen
Er ligt sneeuw, we kunnen een sneeuwman maken.
sneeuwen [ werkwoord ]
spinnenweb [ zelfstandig-naamwoord ]
toile d’araignée – spider web
Je moet dringend je kamer opruimen, er hangen zelfs spinnenwebben aan de ramen.
splitsen [ werkwoord ]
stemmen [ werkwoord ]
sterven [ werkwoord ]
stijgen [ werkwoord ]
augmenter – increase
stijgen – steeg – gestegen
werkwoordDe waarde van mijn aandelen is flink gestegen.
stoer [ bijvoeglijk-naamwoord ]
storm [ zelfstandig-naamwoord ]
studentenresidentie [ zelfstandig-naamwoord ]
cité universitaire | student residence
Een verblijfplaats voor studenten in de stad waar ze studeren.
Zij woont in een studentenresidentie.
studentenvereniging [ zelfstandig-naamwoord ]
association d’élèves | student association
Een groep studenten die samen samen komen en activiteiten organiseren.
Elke week ga ik naar een activiteit van de studentenvereniging.
studeren
étudier | study
studeer – studeerde – gestudeerd
Informatie verwerken en kennis opdoen voor een bepaalde opleiding
De winnaar van de quiz studeerde geneeskunde aan de universiteit.
De scholier moest veel studeren voor de toets wiskunde.
tegenstand
opposition | opposition
Proberen iets tegen te houden
De uitspraak van de jury kreeg veel tegenstand vanuit de pers.
tekening
ten opzichte van
tentoonstelling [ zelfstandig-naamwoord ]
exposition| exhibition
expositie, tentoonstelling van schilderijen
Er is een tentoonstelling in het museum.
terechtkomen [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]
=deel van het scheidbaar werkwoord “terechtkomen”.
arriver dans – end up
terechtkomen – kwam terecht – terechtgekomen
Cléo kwam in een mooi hotelletje terecht tijdens haar trektocht.
tijdens
tijdperk [ zelfstandig-naamwoord ]
époque – era
het tijdperk – de tijdperken
zelfstandig naamwoordRachid kreeg een prachtige kroon op zijn hoofd voor zijn verjaardag.
toepassen [ werkwoord ]
appliquer | apply
praktisch gebruiken, aan de slag gaan met, in praktijk brengen
De theorie gaan we nu toepassen in een oefening.
tot bloei komen [ uitdrukkingen ]
traditie [ zelfstandig-naamwoord ]
tradition| tradition
een gebruik of gewoonte
Het is traditie om met Nieuwjaar vuurwerk af te steken.
troost [ zelfstandig-naamwoord ]
réconfort – comfort
de troost
zelfstandig naamwoordMijn neefje was gevallen, dus gaf ik hem een snoepje als troost.
uitbater [ zelfstandig-naamwoord ]
exploitant – manager
de uitbater – de uitbaters
zelfstandig naamwoordDe uitbater van dit hotel is een heel vriendelijke man.
uitblinken [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]
exceller – stand out
→ uitblinken – blonk uit – uitgeblonken
scheidbaar werkwoordMijn zus blinkt uit in het leren van vreemde talen.
uitbraak [ zelfstandig-naamwoord ]
épidémie – outbreak
de uitbraak – de uitbraken
zelfstandig naamwoordDoor de uitbraak van de epidemie werden duizenden mensen ziek.
uitdaging [ zelfstandig-naamwoord ]
défi – challenge
de uitdaging – de uitdagingen
zelfstandig naamwoordHet is een grote uitdaging om gezond te eten en te drinken.
uitgeholde pompoenen [ zelfstandig-naamwoord ]
citrouilles évidées – hollowed-out pumpkins
Ik heb enkele uitgeholde pompoenen klaar voor Halloween.
uitgesloten [ bijvoeglijk-naamwoord ]
exclu– excluded
uitgesloten
bijvoeglijk naamwoordHet is uitgesloten dat je nu nog naar huis vertrekt.
uitgeven [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]
dépenser – spend
uitgeven – gaf uit – uitgegeven
scheidbaar werkwoordIk heb veel geld uitgegeven tijdens mijn reis naar Griekenland.
uitkijken [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]
s’attendre à – look forward to
uitkijken naar – keek uit naar – uitgekeken naar
werkwoordWe kijken al uit naar het feest.
uitleggen [ werkwoord ]
=deel van het scheidbaar werkwoord “uitleggen”.
expliquer – explain
uitleggen – legde uit – uitgelegd
Ik leg hem geduldig uit hoe je de oppervlakte van een driehoek berekent.
uitputting [ zelfstandig-naamwoord ]
exhaustion – épuisement
de uitputting
zelfstandig naamwoordIk ben de uitputting nabij, na de wandeling van 40 kilometer.
uitschakelen [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]
éliminer – eliminate
uitschakelen – schakelde uit- uitgeschakeld
werkwoordWe schakelden de tegenstander makkelijk uit met twee doelpunten.
uitvoeren [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]
exécuter – carry out
uitvoeren – voerde uit- uitgevoerd
werkwoordDe firma voerde alles uit zoals we vroegen.
uur
heure | hour
Een eenheid van tijd, 60 minuten.
De tenniswedstrijd duurde maar liefst drie uur.
vakmanschap [ zelfstandig-naamwoord ]
métier – craftsmanship
het vakmanschap
zelfstandig naamwoordWe genoten van het vakmanschap van de beeldhouwer.
valsspelen [ werkwoord ]
tricher | to cheat
Oneerlijk zijn bij een spel, oneerlijk te werk gaan.
De speler heeft valsgespeeld op de wedstrijd.
valsspeler [ zelfstandig-naamwoord ]
tricheur | cheater
iemand die niet eerlijk is tijdens het spelen van een spel
De valsspeler probeerde in de kaarten van zijn tegenstander te kijken.
veilen
vendre aux enchères | auction
veil – veilde – geveild
in het openbaar verkopen
Lisa heeft 100 euro gekregen toen ze haar lamp veilde.
veiling [ zelfstandig-naamwoord ]
enchère | auction
openbare verkoop bij opbod of bij afslag
Op de veiling heeft hij 1000 euro geboden voor een houten tafel.
veilinghuis [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
hôtel de ventes – auction house
het veilinghuis – de veilinghuizen
zelfstandig naamwoordVeilinghuis Christie’s in Londen verkoopt prachtige kunstwerken.
verbazend [ bijvoeglijk-naamwoord ]
étonnant – surprising
verbazend
bijvoeglijk naamwoordMijn dochter haalde verbazend goede resultaten op haar rapport.
verdwijnen [ werkwoord ]
disparaître – disappear
verdwijnen – verdwenen – verdween
werkwoordDe olifant verdween in de jungle.
vereniging
association | association
een organisatie of verbond
Ik zit bij een sportvereniging van 40 mensen.
verfijnd [ bijvoeglijk-naamwoord ]
élégant – sophisticated
verfijnd – verfijnde
bijvoeglijk naamwoordManon heeft een verfijnde voetbaltechniek.
vergelijken [ werkwoord ]
comparer – compare
vergelijken – vergeleek – vergeleken
werkwoordKan je dit schilderij vergelijken met wat we gisteren gezien hebben?
verkiezen [ werkwoord ]
verklaren [ werkwoord ]
expliquer – explain
verklaren – verklaarde – verklaard
werkwoordIk kan niet verklaren waarom de kat zo bang is voor mij.
veroorzaken [ werkwoord ]
causer – cause
veroorzaken – veroorzaakte- veroorzaakt
werkwoordDe storm veroorzaakte veel schade aan huizen en bomen.
verplicht
obligatoire – mandatory
verplicht – verplichte
bijvoeglijk naamwoordHier moet je verplicht links afslaan.
verschijnen
paraître – come out
verschijnen – verscheen – verschenen
werkwoordHaar boek verschijnt in de lente van volgend jaar.
verslavend [ bijvoeglijk-naamwoord ]
addictif – addictif
verslavend – verslavende
bijvoeglijk naamwoordDit computerspel is leuk en echt verslavend.
verstoten
rejeter – renounce, disown
verstoten – verstootte – verstoten
werkwoordWe moeten het lammetje zelf opvoeden, want het moederschaap verstootte het bij de geboorte al.
vertrouwen
confiance -confidence
het vertrouwen
zelfstandig naamwoordHet vertrouwen in onze nieuwe regering is gedaald.
vervagen [ werkwoord ]
brouiller – fade
vervagen – vervaagde- vervaagd
werkwoordDe herinneringen aan mijn kindertijd vervagen met de jaren.
verzamelen [ werkwoord ]
rassembler – collect
verzamelen- verzamelde – verzameld
Ik heb al mijn speelgoed verzameld en opgeruimd.
vliegen
vluchten [ werkwoord ]
voedsel
nourriture | food
verzamelnaam voor eetbare producten
Dieren zoeken voedsel om te overleven.
voetspoor [ het-woorden, zelfstandig-naamwoord ]
trace – footstep
heet voetspoor- de voetsporen.
zelfstandig naamwoordHij wordt advocaat en treedt daarmee in de voetsporen van zijn vader.
voltooid deelwoord
volwassen
adulte | adult
een bepaalde leeftijd hebben, geen kind meer zijn
Vanaf 18 jaar ben je in België volwassen.
voorbije [ bijvoeglijk-naamwoord ]
voorheen [ bijwoord ]
avant – before
voorheen (≈ vroeger)
Jaques is blij met zijn nieuwe bril, voorheen kon hij bijna niets zien.
voorlopig [ bijwoord ]
pour l’instant – for now
Voor nu, op dit ogenblik, tot een volgend moment
Voorlopig regent het niet. Straks misschien wel.
voormalig [ bijvoeglijk-naamwoord ]
ancien – former
voormalig – voormalige
bijvoeglijk naamwoordHier zie je de voormalige fabriek, nu zijn er kantoren.
voorselectie
présélection | preselection
Een voorlopige selectie waaruit kan gekozen worden in een finale
De atleet zat niet bij de voorselectie en mocht dus niet deelnemen aan de finale.
vrijwillig
volontairement | voluntary
zonder dat iemand erom vroeg; uit vrije wil
Mijn zoon hielp vrijwillig met afval opruimen in de buurt.
waaien [ werkwoord ]
waardevol [ bijvoeglijk-naamwoord ]
waarschijnlijk
probable – probable
waarschijnlijk – waarschijnlijke
bijvoeglijk naamwoordHet pakketje komt waarschijnlijk morgen aan.
waarschuwen [ werkwoord ]
avertir – warn
waarschuwen – waarschuwde- gewaarschuwd
werkwoordIk heb je gewaarschuwd voor slechte vrienden.
waarschuwing
avertissement | warning
Aanwijzing voor een toehoorder, meestal voor gevaar.
Waarschuwing: de honden kunnen bijten, dus niet aaien!
Wapenstilstand [ zelfstandig-naamwoord ]
warmte
chaleur | heat
Een vorm van energie die een hogere temperatuur veroorzaakt.
De warmte van de zon droogde de natte was.
weerbericht
bulletin météo | weather forecast
programma op de TV of radio waarin men vertelt hoe het weer gaat zijn
Het weerbericht was niet goed vandaag; het gaat heel de week regenen.
wegen [ werkwoord ]
wegens [ voorzetsel ]
weldadigheid [ zelfstandig-naamwoord ]
bienfaisance – benevolence
de weldadigheid
zelfstandig naamwoordDe paters leven dankzij de weldadigheid van de gelovigen.
weren
défense d’entrer | keep out
weer – weerde – geweerd
Zorgen dat iets of iemand niet binnen kan, wegblijft
De ramen weren ons tegen regen en wind.
wielerseizoen [ zelfstandig-naamwoord ]
saison cycliste | cycling season
periode van van februari tot oktober waarin wegwedstrijden worden gereden
Tijdens het wielerseizoen zijn er veel wedstrijden.
winnen
gagner | win
winnen – won – gewonnen
Argentinië heeft het Wereldkampioenschap voetbal gewonnen.
winter
hiver | winter
Het koudste seizoen van het jaar
In de winter valt er vaak sneeuw.
woelig [ bijvoeglijk-naamwoord ]
turbulent- turbulent
woelig – woelige
bijvoeglijk naamwoordIk heb een woelige periode in mijn leven achter de rug.
zeep [ zelfstandig-naamwoord ]
zeevrucht
fruit de mer | sea fruit
Een schelpdier of schaaldier uit de zee, geschikt als voedsel voor mensen.
Een speciale soort van Belgische chocolade, in de vorm van een zeedier.
In de kuststad Oostende kun je heerlijke zeevruchten eten.
Mijn oma geeft ons altijd een chocolade zeevrucht wanneer we op bezoek komen.
zeldzaam [ bijvoeglijk-naamwoord ]
zelfrijdende auto’s
voiture sans conducteur – self-driving car
Ik denk niet dat zelfrijdende auto’s al veilig zijn.
zelfs [ bijwoord ]
même – even
zelfs
bijwoordIk ken zijn naam niet, ik kan me zelfs niet meer herinneren dat ik hem ooit ontmoet heb.
zender
chaîne | channel OF émetteur | sender
Een radio- of tv-station dat programma’s uitzendt OF de persoon die iets stuurt/zendt
Ik wil rustige muziek, zet de radio eens op een andere zender OF De zender van het pakje is de persoon die het verstuurt.
zich aanpassen [ werkwoord ]
zich verkleden [ werkwoord ]
se déguiser | dress up as
verkleed – verkleedde – verkleed
kleren aandoen om op iemand anders te lijken (voor feestjes, Carnaval, …)
Met Carnaval of Halloween verkleden veel kinderen zich als heks of mummie.
zich voorbereiden [ scheidbaar-werkwoord-lijst-nederlands, werkwoord ]
=deel van het scheidbaar werkwoord “voorbereiden”.
préparer – prepare
voorbereiden – bereidde voor – voorbereid
Nadège heeft zich de hele week voorbereid op het examen.
zijn mannetje staan [ uitdrukkingen ]
zorgeloos [ bijvoeglijk-naamwoord ]
insouciant – without worries
zorgeloos – zorgeloze
bijvoeglijk naamwoordWe hadden een zorgeloze vakantie in Duitsland.
zuurstof [ zelfstandig-naamwoord ]
oxygène | oxygen
stof die je nodig hebt om te ademen
Ik ga buiten een luchtje scheppen, even wat zuurstof nodig.
