Geen producten in je winkelmand.

Het voorzetsel

Voorzetsel van positie

De bal ligt op de kast
De bal ligt onder de kast
De bal ligt in de kast
De bal ligt naast het huis
De bal ligt tussen de kast en de muur
De bal ligt voor de kast
De kast staat recht tegenover de tafel.


Ook in de ZiN Taaltrainer kan je in elke les testen of je alles goed begrepen hebt én krijg je leuke invuloefeningen.

Daarmee gaat je kennis van het dagelijks Nederlands écht vooruit.

Zo ziet dat eruit in de les ‘België, een klein maar bijzonder land:

Naar de ZiN Taaltrainer



Voorzetsel van richting

De man stapt uit de winkel.
De man klimt op de muur.
De man loopt rond de kerk.
De man stapt langs de rivier.
De man stapt door de gang.
De man gaat naar de winkel.

Voorzetsel van tijd

Hij vertrekt om 14u.
Hij vertrekt op 24 januari.
Hij vertrekt na de vakantie.
Hij vertrekt over twee minuten.
Hij vertrekt binnen twee minuten.
Hij vertrekt rond 5u.
Hij vertrekt tijdens de les.
De les vindt plaats van 9u tot 16u.
Hij vertrok snel vooraleer de ruzie begon.
Sinds vorige week ga ik met de fiets naar het werk.

Zie ook: werkwoorden met een vast voorzetsel

Zin in Nederlands

Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke blader ervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je klikt op "Accepteren" hieronder, dan geef je toestemming voor het gebruik van Cookies.

Sluiten