Geen producten in je winkelmand.

Samengestelde zinnen

Samengestelde zinnen hebben meer dan één vervoegd werkwoord en zijn samengesteld uit meer dan één zin:

  • Ik ga slapen, want ik ben moe.
  • Ik weet zeker dat het morgen mooi weer wordt

Er zijn 2 soorten samengestelde zinnen:

  • nevengeschikte en
  • ondergeschikte.

In de ZiN Taaltrainer krijg je nog meer grammaticatopics, oefeningen en toetsen. Je leert extra dagelijkse woordenschat met teksten en dialogen.

Naar de ZiN Taaltrainer


Nevengeschikte zinnen: woordvolgorde blijft behouden

Nevengeschikte zinnen voegen we samen met deze voegwoorden:

  • en;
  • of;
  • maar;
  • want;
  • dus.

In nevengeschikte zinnen hebben we twee (of meer) volwaardige zinnen. We kunnen ze dus naast elkaar gebruiken:

Ik ga slapen. Ik ben moe.
Die twee zinnen samenvoegen wordt:
Ik ga slapen want ik ben moe.

Je plakt de zinnen dus aan elkaar met het voegwoord, in bovenstaande zinnen het woordje ‘want’.

Ondergeschikte zinnen: werkwoord springt naar achter

Onderschikking bestaat meestal uit een hoofdzin en een bijzin. In de bijzin staat het werkwoord van de bijzin achteraan in de zin.

Ondergeschikte zinnen met diverse voegwoorden

In ondergeschikte zinnen hebben we veel meer voegwoorden.

  • dat,
    • Ik weet zeker dat ik mijn sleutels hier gelegd heb.
  • omdat,
    • Shelly eet een appel omdat ze honger heeft.
  • hoewel,
    • Ik ben nog moet, hoewel ik lang geslapen heb.
  • tot,
    • Ik kom niet naar huis tot ik je gevonden heb.
  • wanneer,
    • Thibaut mailde me wanneer hij een match zou spelen.
  • als,
    • Hij belt me als hij de hond gekocht heeft.
  • indien,
    • Je kan hier enkel tennissen indien je ingeschreven bent.
  • zoals,
    • Hij belde me geregeld op, zoals hij me beloofd had.
  • of,
    • Ik weet niet of ik je wel geloof.
  • zodat,
    • Tamia stuurt je een foto, zodat je haar niet vergeet.
  • terwijl,
    • Ik werk verder, terwijl ik naar je luister.
  • toen,
    • Je hebt me goed geholpen toen ik veel problemen had.
  • nadat
    • Ik vond werk, nadat ik de opleiding gevolgd had.

Bijzinnen met “dat”.

Ook met het voegwoord ‘dat’ springt het werkwoord naar achter in de zin. Kijk goed naar onderstaande voorbeeldzinnen.

zeker weten dat

  • Ik weet zeker. = de hoofdzin.
  • Het wordt morgen mooi weer. = de bijzin.

Door het voegwoord ‘dat’ springt het werkwoord ‘wordt’ achteraan in de zin:

dat het morgen mooi weer wordt.
Ik weet zeker dat het morgen mooi weer wordt.

zeggen dat

Hij zegt: “Ik zwem graag”.
Hij zegt dat hij graag zwemt.

geloven dat

Ik geloof : “Ik heb een probleem”.
Ik geloof dat ik een probleem heb.

weten dat

Ik weet : “Hij gaat om 05u naar huis”.
Ik weet dat hij om 05u naar huis gaat.


In de taaltrainer illustreren we de samengestelde zinnen in de dialoog ‘David krijgt een hond’. David krijgt een hond omdat hij een goed rapport heeft. Je krijgt in de trainer ook een toets met score en feedback. Zo kan je zelf controleren of je alles goed begrepen hebt.

Naar de taaltrainer

Zin in Nederlands

Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke blader ervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je klikt op "Accepteren" hieronder, dan geef je toestemming voor het gebruik van Cookies.

Sluiten