Geen producten in je winkelmand.

Het bijwoord (adverbium)

  • Nee hoor, ik heb nog alle tijd.
  • Ik heb een aantal vragen geformuleerd.
  • Op welke leeftijd bent u ermee begonnen?

Dat zijn zinnen met bijwoorden. Bijwoorden geven meer informatie over een actie, een situatie of een eigenschap.

Het kan een bepaling zijn bij:

  • een gezegde;
    • De journalist heeft goed nagedacht over haar vragen.
  • een bijvoeglijk naamwoord;
    • De aanwezigen applaudisseren heel enthousiast.
  • een ander bijwoord.
    • De zaal is bijna altijd uitverkocht.

Een adverbium of bijwoord staat bij een bijvoeglijk naamwoord, een werkwoord, of een ander bijwoord. Het kan ook bij een volledige zin horen.


In de ZiN Taaltrainer illustreren we het bijwoord in het verhaal Arianne interviewt de pianist. Ariane heeft een  aantal vragen geformuleerd en de pianist neemt er alle tijd voor. Je krijgt 3 toetsen met score en feedback.

Naar de ZiN Taaltrainer


Bijwoorden zijn belangrijke woorden, waarmee je heel veel kan uitdrukken. Er zijn verschillende soorten bijwoorden. Hieronder vind je er enkele.

tijd (wanneer?)

  • eergisteren,
  • gisteren,
  • vandaag,
  • morgen,
  • overmorgen,
  • onlangs,
  • ooit,
  • dadelijk,
  • meteen,
  • onmiddellijk,
  • nu,
  • straks,
  • tijdens,

frequentie (hoe vaak?)

  • dagelijks,
  • dikwijls,
  • geregeld,
  • soms,
  • meestal,
  • nooit,
  • ooit,
  • vaak,
  • voortdurend,
  • zelden,

plaats (waar?)

er,
ergens,
hier,
nergens,
overal,

modaliteit (hoe?):

  • allerlei,
  • alsnog,
  • althans,
  • alvast,
  • alweer,
  • amper,
  • blijkbaar,
  • bovendien,
  • dankzij,
  • daarentegen,
  • desnoods,
  • echter,
  • graag,
  • inderdaad,
  • intussen,
  • integendeel,
  • indien,
  • immers,
  • maar,
  • misschien,
  • minstens,
  • namelijk,
  • nauwelijks,
  • nochtans,
  • nogal,
  • nogmaals,
  • onafgebroken,
  • ondanks,
  • opnieuw,
  • plots,
  • toch,
  • uiteraard,
  • tevergeefs,
  • trouwens,
  • tussendoor,
  • ongetwijfeld,
  • uitermate,
  • voortaan,
  • waarschijnlijk,
  • zeer
  • zelfs.


vragende bijwoorden:

  • hoelang
  • wanneer
  • met wie

adjectief als adverbium

Soms worden bijvoeglijke naamwoorden gebruikt als bijwoord.

  • Ik ben trots op mijn prestaties.
  • Ik loop heel snel naar de winkel.

Even oefenen: het bijwoord

Zin in Nederlands

Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke blader ervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je klikt op "Accepteren" hieronder, dan geef je toestemming voor het gebruik van Cookies.

Sluiten